08 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]A[/fusion_dropcap]

ls klein jongetje was Harm er al nooit zo mee bezig, met grote dingen zoals ‘het leven’. En hij had er toen al helemaal geen plaatje bij hoe dat er uit zou kunnen zien. Nee, hij leeft met zijn broer Henk veelal in het moment. Is al moeilijk genoeg voor hen, gezien de niet-altijd-even-vrolijke-buien van hun vader (lees de blog ‘Kijk, een vliegtuig). “En dan zeg ik het heul errug netjes” gaat er door hem, terwijl er een grote frons tussen zijn wenkbrauwen ontstaat als hij bij de gedachte aan z’n vader een koude rilling door zich heen voelt trekken.

Beetje gekke ervaring vindt hij dat nu wel, want het is zo warm nu dat hij vlak daarvoor nog snakte naar een koel en fris windje. Dat dit niet was wat hij bedoelde toen hij daar aan dacht moge duidelijk zijn!

Tja. Zijn vader. De oorzaak van alle ellende in zijn leven. Nou ja, de momenten die hij als ‘ellendig’ ervaart dan, want op zich is Harm niet zo’n zwaarmoedig typ. Eigenlijk verre van dat. En die momenten trekt hij zich terug in zijn eigen, veilige wereld, waarin hij alles kan overzien en hem niets benauwt of afschrikt.

Ondanks dat zijn broer Henk tegen hem opkijkt, (lees de blog ‘Kijk, een vliegtuig) blijft Harm hem nog steeds als ‘grote broer’ zien. Zijn steunpilaar. Rustpunt ook. Ze hebben een soort van stilzwijgende afspraak. Dat is zo gegroeid. Als Harm zich niet zo lekker voelt, om welke reden dan ook, dan stuurt hij Henk een sms om te laten weten dat hij een kwartier later bij hem op de stoep staat. Het is eigenlijk nog nooit voorgekomen dat Henk liet weten dat hij niet welkom was. Alleen was Henk er één keer niet, maar omdat Harm de sleutel heeft mocht hij er gewoon naar binnen.

En wat hij daar dan doet, als hij bij Henk is? Eigenlijk niks. Gewoon er ‘zijn’. Henk biedt hem een plek waar hij veiligheid en rust ervaart. Hij vindt het prettig om bij zijn broer te zijn, vooral op een moment dat alles ‘m voor zijn gevoel even teveel is. Henk doet dan niks anders dan een grote pot thee zetten voor Harm. Vaak zeggen ze elkaar niet eens gedag. “Dan is het net of we elkaar al lang niet hebben gezien. Nee: we doen alsof we daarvoor ook al samen waren. Dat je er gewoon steeds voor mij bent. Altijd!” hebben ze ooit ruim 40 jaar geleden met elkaar afgesproken. En dat is altijd zo gebleven. Dat gaat nog steeds goed. Daar hebben ze nog nooit wat aan veranderd. En dat zal wellicht altijd zo blijven.

Het komt ook wel eens voor dat Harm blijft slapen, die momenten dat hij bij Henk is. Hij heeft er een eigen slaapplek. In een heel klein kamertje dat niet veel groter is dat het bed dat Henk ooit voor hem kocht. Maar dat kleine kamertje is het mooiste plekje wat hij kent, want het heeft een ongelooflijk te gek groot balkon. Zo’n heel oud balkon met een gietijzeren hekje en van die geglazuurde kleine tegeltjes. En niet te vergeten: het uitzicht. Dat is zó geweldig! Alleen de gedachte aan dat uitzicht doet Harm soms al besluiten om weer even ‘op adem te komen’ bij zijn broer.

Daar, op die plek op het balkon, staat Harm soms uren. Je kijkt er over de hele stad heen. En met een beetje fantasie, waar het Harm niet aan ontbreekt, kan je vanaf die plek over zo’n beetje de hele wereld kijken. Niet dat het hem een machtig gevoel geeft daar te staan. “Nee, het is uhm…” probeerde hij Henk eens uit te leggen. Het uitzicht vanaf daar geeft hem rust. Omdat hij er alles kan overzien. Alsof alles daar zichtbaar is. Helder. Duidelijk. Overzichtelijk. Zonder geheime plekken waarachter iets verborgen kan zitten.

Het lijkt soms allemaal grote planeten te zien. Alsof de sterren dichterbij zijn gekomen. Hij ze soms zelfs lijkt te kunnen aanraken. Allemaal warme, kleine zonnen zijn het voor hem. Die het licht op alles doen schijnen. “Jaaa…! Iedereen heeft zijn eigen zonnetje” denkt hij blij.

Harm blijft nog even staan en merkt niet dat Henk al enige tijd rechts schuin achter hem tegen het balkonhek geleund staat. Daar staan ze dan. De mannen. Samen. Wegdromend. In hun eigen wereld. Een wereld vol begrijp, verbinding en liefde…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees vorig bericht:
Wat je weet kan je niet meer wegdenken

[fusion_builder_container hundred_percent="yes" overflow="visible"][fusion_builder_row][fusion_builder_column type="1_1" background_position="left top" background_color="" border_size="" border_color="" border_style="solid" spacing="yes" background_image="" background_repeat="no-repeat" padding="" margin_top="0px" margin_bottom="0px" class="" id="" animation_type="" animation_speed="0.3"...

Sluiten