Oprechte aandacht

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

11/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
11/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]G[/fusion_dropcap]

etver. Het is zover. Hij wist dat dit moment een keer zou komen. Zijn baas heeft Harm gezegd dat het ondertussen tijd is dat hij zelf aan de klant moet laten zien wat hij gemaakt heeft. “Omdat de boodschap dan beter overkomt”. Jaja, zal wel, maar Harm denkt daar anders over. Ziet dat helemaal niet zitten. Werkt liever op de achtergrond en blijft graag onzichtbaar voor klanten.

Dit is niet wat hij wil. Het past niet bij hem. Hij wordt er verre van blij van om een “mooi overhempie” aan te trekken, zoals zijn baas hem vriendelijk doch zeer dringend heeft verzocht. Hij heeft het idee dat er van hem wordt verwacht dat hij een glad praatje moet vertellen. “Verwacht niet van mij dat ik ook zo’n neplach laat zien, zoals ze op tv ook altijd doen” laat Harm zijn collega weten. Hij trekt daarbij een serieus gezicht waardoor een frons zich op zijn voorhoofd aftekent, waardoor zijn collega met moeite kan met moeite zijn lach kan onderdrukken. Hij heeft zin dit project waar hij zo trots op is af te ronden, MAAR ZAG OP TEGEN zoiets als de presentatie die hij er nu volgende week dinsdag over moet geven.

Maar er is niemand die dat van Harm verwacht, dat hij zich anders voordoet dan dat hij is. Vanaf het eerste moment zijn ze blij met hem op zijn werk. Niet alleen omdat hij goed is in wat hij doet, meer ook omdat hij er zo enthousiast over kan vertellen. Tegen zijn collega’s dan, want bij hen voelt hij zich vertrouwd. Daarom vertelt hij ze met plezier zijn verhaal, druk bewegingen makend met z’n handen om een en ander te verduidelijken. Hij is ontspannen als hij over ‘zijn ding’ verteld, over dat wat hij gemaakt heeft of nog aan het maken is. Het is een van de weinige momenten dat hij op z’n praatstoel zit op z’n werk. Meestal is hij niet zo spraakzaam, is hij meer een luisteraar.
De jongens plagen ‘m dan wel eens een beetje en meestal heeft Harm dat pas later in de gaten. Van hen kan hij dat wel hebben, ze zijn altijd aardig onder elkaar. Ze vragen hem dan over zijn nieuwste project te vertellen en dan gaat Harm helemaal los. Dat doen ze vooral op vrijdagmiddag, omdat iedereen aan het einde van de werkweek wel zin heeft in een moment van ontspanning. En op zo’n moment dat Harm op z’n praatstoel zit met z’n armen bewegend vormen een paar collega’s een kring om hem heen en hangen aan z’n lippen.

DE VOLGENDE DAG heeft hij een afspraak met MARLOES en begint al te vertellen over het verzoek van zijn baas een presentatie te geven voordat Marloes hem hun gebruikelijke knuffel kan geven. “Man, relax. Waar ben je bang voor?” Harm komt haast niet uit z’n woorden als hij het haar wil uitleggen. Hij wist dat Marloes zou gaan graven als hij hier over begon. Had zelfs overwogen er daarom helemaal niet over te beginnen met haar, wetend dat zij hem naar z’n ‘gevoel’ zou vragen en hem over deze situatie vragen zou gaan stellen.

Eigenlijk weet hij al waar zijn angst vandaan komt. Wat de weerstand is die hij voelt bij het idee iets te moeten vertellen over hij blij van wordt. Dat zit diep bij Harm. Het gaat terug naar zijn kinderjaren. De eerste keer kan hij zich nog herinneren als de dag van gisteren. Hij was toen 7,5. Vol trots liet hij toen een tekening aan zijn vader zien die hij op school had gemaakt. De juf had hem naar voren geroepen en hij mocht zijn ‘kunstwerk’, zoals zij dat noemde, voor de klas laten zien en iedereen zijn tekening geweldig. Een vel vol vrolijk gekleurde met vormen en wezens die voor die leeftijd wonderlijk mooi getekend waren. Door zijn fantasie leek het wel alsof ze tot leven kwamen op het vel dat hij toen trots omhoog hield.
Maar wat had hij een spijt toen hij zijn vader die tekening liet zien. Hij keek op van zijn krant. Heel even maar. Een korte “Ja” was alles wat hij kon opbrengen te zeggen tegen zijn zoon. En vanaf dat moment besloot Harm dat hij nooit meer aandacht zou vragen voor dat wat hij gemaakt had. In ieder geval niet uit zichzelf. Omdat je als je aandacht vraagt kan worden teleurgesteld. En dat gevoel van toen, van dat ene korte moment met zijn vader, dat wil hij niet meer voelen. Nooit meer. Dat deed pijn. Heel erg.

Door de vraag van Marloes over het ‘waarom’ van zijn angst voor de presentatie op zijn werk kwam dit gevoel weer naar boven. Die knagende pijn van toen. Die hij liever nooit meer wil voelen. Maar die blijkbaar aandacht wil. Herkend wil worden. Erkend.
Marloes kijkt hem met een scheef hoofd aan, omdat ze met hem te doen heeft. Ze kent zijn verhaal en luistert met aandacht naar wat hij nu met haar deelt. Als hij zijn verhaal heeft gedaan is het even stil. Zijn bovenlip trilt en hij laat zijn hoofd hangen. Harm is verdrietig. Omdat hij eigenlijk heel graag zijn verhaal wil vertellen op zijn werk tegen die klant van dat leuke project. Maar dat hij eigenlijk bang is. Dat de klant en zijn baas iets onaardigs zullen zeggen.

Na dit gesprek lacht en dolt hij nog wat met Marloes. Over dat hij er hipperdepip uit moet zien, waar zij wel ideeën over heeft. “Een bloemetjes shirt, zoals die man van de tv” plaagt ze hem en lacht hem vrolijk toe. Harm gruwelt bij het idee alleen al, dat hij zou opvallen met dat soort kleren aan. Het past niet bij hem, zo uit de band te springen op de kleurrijke manier zoals Marloes zich kleedt.

Dus DIE DAG VOELDE HIJ ZICH AL IETS BETER. Door zichzelf de ruimte te geven door over zijn gevoelens met Marloes te spreken. Waardoor zijn angst minder wordt. Hij minder opziet tegen het gesprek van begin volgende week. Wat oprechte aandacht al niet teweeg kan brengen . . .

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Alleen ik weet het antwoord

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

10/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
10/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]W[/fusion_dropcap]

eer een nacht vol dromen achter de rug, zoals hij die wel vaker heeft. Harm kan zich bij het wakker worden een paar dingen nog goed herinneren. In zijn droom was hij, op zijn sokken na, naakt. Had zelfs z’n bril niet op. “Huh, raar man” zegt hij, terugdenkend aan dit stuk van zijn droom. Hij is niet zo van het bloot lopen. Tenminste, niet in het openbaar dan. Kan het daarom ook niet plaatsen.

“Ooow… Wacht eens even. Als ik nou eens…”. Hij heeft een helder moment. Zijn goede vriendin Marloes  heeft hij al vaker uitleg over zijn dromen gevraagd. Niet dat zij alle antwoorden weet, maar zij weet hem wel de juiste vragen te stellen. En aan de hand van die vragen krijgt hij dan meestal wel helder wat zijn dromen hem willen zeggen. Hij probeert te verzinnen wat Marloes hem zou vragen, als hij haar over zijn droom zou vertellen. Hij kan er nog niet zoveel mee, met enkel en alleen de beelden die hij zag. In zijn droom zag hij alleen zichzelf normaal. Nou ja, gekleurd dan. De schapen, wolken, vloer, muur en deur waren kleurloos.

Harm trekt de linker bovenla van zijn smalle ladekast open en pakt een stift en een paar velletjes papier. Hij legt het op tafel, gaat er zitten op z’n vaste plek en probeert zich alles te herinneren. Hij schrijft alles op en fantaseert er een beetje op los.

BLOOT: ontdaan van alles, alle jasjes uit, de naakte waarheid.
SOKKEN AAN: warmte, genegenheid, intiem, veilig gevoel, voelt minder bloot.
SLAAPKAMER bij Henk: ik herken de laminaatvloer, de deur en de muur (lees de blog ‘Iedereen z’n eigen zonnetje’), mijn veilige plek.
Hoofd in de WOLKEN: aanschouwen, blij zijn waardoor de rest minder belangrijk is, me afzonderen.
SCHAPEN die allemaal DEZELFDE KANT oplopen: kan maar 1 kant op, de goeie kant op gaan.
BRIL niet op, OGEN GESLOTEN: ik hoef het niet te zien, het is al helder en duidelijk.
Waarom ik zo BREEDUIT sta: ik moet een grote stap in mijn leven nemen, in mijn kracht staan.
Met m’n ARMEN in de lucht: geef me er aan over, aan dat wat gebeurt. Voelt blijkbaar veilig genoeg, want ik ben ook nog eens NAAKT.
Ik was GEKLEURD, de rest KLEURLOOS: ik ben belangrijk, de rest doet er niet toe, kleur geven aan mezelf, alles buiten mijzelf minder aandacht geven.

Al schrijvende wordt Harm het een en ander duidelijk. Hij staat voor zijn gevoel op het punt een paar belangrijke knopen door te hakken. Hij voelt al een tijdje dat hij niet verder kan zoals nu. Hij moet de waarheid onder ogen zien “Ha, daarom naak”. En dat hij er nu klaar voor is, voor deze stap in zijn leven, verklaart voor hem de open houding die hij aannam in zijn droom.

Even later belt hij Marloes om zijn droom met haar te delen. Om haar ook trots te kunnen vertellen dat hij zonder haar hulp uitleg heeft kunnen geven aan z’n eigen droom.
Hoe fijn Marloes het ook vindt dat hij zijn dingen met haar deelt, zoals eerder laat zij hem ook deze keer weten dat het haar niets uitmaakt. Dat het er niet toe doet of zij zijn uitleg begrijpt. “Het gaat om jou. Het is jouw verhaal. Alleen jij weet hoe het voor jou is, jouw droom en wat ‘ie voor jou betekent. Wat ik er van vind doet er niet toe. Je hebt mijn goedkeuring niet nodig lieverd”. Harm zucht een paar keer hoorbaar. Hij vindt het altijd lastig als Marloes hem dit soort dingen zegt. Kan hij moeilijk horen. Hij wil graag haar goedkeuring. En eerlijk gezegd hoopte hij ook stiekem op een duwtje in de goede richting voor wat betreft de keuze die hij nu moet maken.

Dan is het even stil aan de telefoon. Harm drukt Marloes weg. Hij heeft tijd nodig om te verwerken wat zij zei. Om het te voelen. Te ervaren. Nogmaals alles te laten passeren wat hij over zijn droom opschreef en zojuist vertelde. Hij leest zijn papiertje hardop voor aan zichzelf en loopt met z’n telefoon nog in zijn andere hand, naar de bank. Hij laat zich met een hoorbare plof in de hoek vallen, nog steeds starend op zijn briefje. “Naakte waarheid…Een keuze maken… Tijd voor jezelf nemen…” hoort hij zichzelf zeggen.

Hij ziet dat er een traan op zijn papiertje drupt. En nog een paar. Het is hem duidelijk. Het is tijd verantwoordelijkheid te nemen over zijn eigen leven en andere keuzes te maken. En dat alleen hij weet wat zijn volgende stap zal zijn . . .

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Ik lijk wel een kikker

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

9/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
9/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]V[/fusion_dropcap]

andaag heeft Harm een goeie bui. Niet dat dat niet vaker voorkomt, maar hij is blijer dan anders. De hele dag met zijn goeie vriendin Marloes op stap. Ze zijn dikke maatjes en hij ziet er iedere keer weer naar uit haar weer te zien. Dat wordt weer lachen.

Harm is verre van extreem of opvallend in zijn uitspraken en zo ook in zijn kleding. Nou ja, hij draagt in ieder geval geen fel gekleurde shirtjes. En wat hij draagt hoeft ook niet per definitie ‘in’ te zijn. Daar houdt hij zich niet zo mee bezig. Marloes daarentegen is altijd vrolijk gekleed, veelal met felle kleuren. Harm gaat vandaag met haar mee, kleding kopen. Niet dat hij gek is op winkelen, maar samen met Marloes heeft hij altijd de grootste lol. Ze hebben veel onderonsjes en hebben maar een half woord nodig als ze elkaar iets willen vertellen. Dat is ook wel zo met Henk, zijn broer, maar met Marloes is het tóch anders. Waarschijnlijk omdat zij een vrouw is.

Soms is er tussen hen wat spanning voelbaar en gelukkig kunnen ze het daar goed over hebben. ‘Dat man-vrouw-dingetje’ wat ze allebei wat spannend vinden en het liefst wat uit de weg gaan. Dan kijken ze elkaar wat schuchter lachend aan. “Neeeeeej, laten we dat maar niet doen, dat wordt toch niks, we hebben het leuk zoals het is” is hun vaste uitspraak. Terwijl geen van beiden goed kan benoemen waarom het dan ‘toch niks’ zou worden. Over alles praten ze honderduit, maar dit stukje ligt voor hen beiden gevoelig. Voor nu in ieder geval.

Daar staan ze dan. In de vierde kledingwinkel vandaag. Nu is Harm aan de beurt vindt Marloes. Hij heeft zich, met wat tegenzin en op verzoek van Marloes, in een felgroen shirt gehesen. Hij gaat ongemakkelijk voor de spiegel staan als hij de paskamer uit komt. “Ik lijk wel een kikker” laat hij Marloes droog weten. Had hij beter niet kunnen zeggen, want nu Marloes houdt het niet meer: ze brult het haast uit van het lachen. Zoals ze wel vaker doet als ze samen zijn. “Of een punker” doet Harm er een schepje bovenop. “En dan gaan we straks zeker nog even naar de kapper voor een roze hanekam” zegt hij, terwijl hij z’n wenkbrauwen optrekt en z’n lippen in een strakke lijn trekt. Hij voelt zich eerst nog wat ongemakkelijk, maar als hij rechts opzij naar Marloes laat ook hij zich luid en duidelijk horen. En kunnen ze er beiden niet mee stoppen. Met buikpijn van het lachen, proberen ze elkaar aan te kijken. Mislukt. De winkel wordt wederom gevuld met de lange, hoge uithalen van Marloes.
Harm geniet enorm van deze momenten samen met haar. Die lach doet hem denken aan de keren dat hij, meestal op zondag, op zijn radio een klassieke zender beluistert. “Alleen het onkest ontbreekt nog” lacht hij Marloes toe. “De strijkers zetten zo in”. En Marloes laat zich nogmaals horen, klinkend als een paar hoge tonen. Deze keer wat kortere steeds lager wordend, gevolgd door een luid hoorbare diepe ademhaling. “Pfff… Je laat me écht weer even lachen man” laat ze Harm weten en geeft hem een dikke knuffel.

Momenten zoals deze, als Marloes hem een knuffel geeft, doen hem denken aan zijn moeder. Niet dat zijn broer Henk en hij moederliefde missen, dat niet. Hun moeder heeft altijd alle tijd en aandacht voor hen. Nog stees. Maar haar manier van haar liefde uiten is wat onbeholpen, veroorzaakt door haar onderdanig gedrag ten opzichte van hun vader. Ze loopt, zo lang Harm zich kan herinneren, altijd op haar tenen (lees de blog ‘Kijk een vliegtuig’). Zal nooit eens uit de band springen, uitbundig lachen of hem eens een dikke knuffel geven, zoals Marloes dat doet. Daardoor is hij er wat ongemakkelijk mee, op die manier contact te hebben met een vrouw.

Er komt een tijd dat Harm het écht kan ontvangen, die vorm van aandacht die hij met Marloes ervaart. Het dan ook oprecht kan geven aan een ander. Misschien zelfs wel aan Marloes. Maar vandaag heeft hij lol met haar. Waarbij ze ook deze keer weer alle tijd en aandacht voor elkaar hebben. Op een manier die voor hen beiden ‘past. Tijd voor een dolletje, serieuze praat en af en toe een knuffel. En hij geniet er intens van . . .

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Iedereen een eigen zonnetje


08 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]A[/fusion_dropcap]

ls klein jongetje was Harm er al nooit zo mee bezig, met grote dingen zoals ‘het leven’. En hij had er toen al helemaal geen plaatje bij hoe dat er uit zou kunnen zien. Nee, hij leeft met zijn broer Henk veelal in het moment. Is al moeilijk genoeg voor hen, gezien de niet-altijd-even-vrolijke-buien van hun vader (lees de blog ‘Kijk, een vliegtuig). “En dan zeg ik het heul errug netjes” gaat er door hem, terwijl er een grote frons tussen zijn wenkbrauwen ontstaat als hij bij de gedachte aan z’n vader een koude rilling door zich heen voelt trekken.

Beetje gekke ervaring vindt hij dat nu wel, want het is zo warm nu dat hij vlak daarvoor nog snakte naar een koel en fris windje. Dat dit niet was wat hij bedoelde toen hij daar aan dacht moge duidelijk zijn!

Tja. Zijn vader. De oorzaak van alle ellende in zijn leven. Nou ja, de momenten die hij als ‘ellendig’ ervaart dan, want op zich is Harm niet zo’n zwaarmoedig typ. Eigenlijk verre van dat. En die momenten trekt hij zich terug in zijn eigen, veilige wereld, waarin hij alles kan overzien en hem niets benauwt of afschrikt.

Ondanks dat zijn broer Henk tegen hem opkijkt, (lees de blog ‘Kijk, een vliegtuig) blijft Harm hem nog steeds als ‘grote broer’ zien. Zijn steunpilaar. Rustpunt ook. Ze hebben een soort van stilzwijgende afspraak. Dat is zo gegroeid. Als Harm zich niet zo lekker voelt, om welke reden dan ook, dan stuurt hij Henk een sms om te laten weten dat hij een kwartier later bij hem op de stoep staat. Het is eigenlijk nog nooit voorgekomen dat Henk liet weten dat hij niet welkom was. Alleen was Henk er één keer niet, maar omdat Harm de sleutel heeft mocht hij er gewoon naar binnen.

En wat hij daar dan doet, als hij bij Henk is? Eigenlijk niks. Gewoon er ‘zijn’. Henk biedt hem een plek waar hij veiligheid en rust ervaart. Hij vindt het prettig om bij zijn broer te zijn, vooral op een moment dat alles ‘m voor zijn gevoel even teveel is. Henk doet dan niks anders dan een grote pot thee zetten voor Harm. Vaak zeggen ze elkaar niet eens gedag. “Dan is het net of we elkaar al lang niet hebben gezien. Nee: we doen alsof we daarvoor ook al samen waren. Dat je er gewoon steeds voor mij bent. Altijd!” hebben ze ooit ruim 40 jaar geleden met elkaar afgesproken. En dat is altijd zo gebleven. Dat gaat nog steeds goed. Daar hebben ze nog nooit wat aan veranderd. En dat zal wellicht altijd zo blijven.

Het komt ook wel eens voor dat Harm blijft slapen, die momenten dat hij bij Henk is. Hij heeft er een eigen slaapplek. In een heel klein kamertje dat niet veel groter is dat het bed dat Henk ooit voor hem kocht. Maar dat kleine kamertje is het mooiste plekje wat hij kent, want het heeft een ongelooflijk te gek groot balkon. Zo’n heel oud balkon met een gietijzeren hekje en van die geglazuurde kleine tegeltjes. En niet te vergeten: het uitzicht. Dat is zó geweldig! Alleen de gedachte aan dat uitzicht doet Harm soms al besluiten om weer even ‘op adem te komen’ bij zijn broer.

Daar, op die plek op het balkon, staat Harm soms uren. Je kijkt er over de hele stad heen. En met een beetje fantasie, waar het Harm niet aan ontbreekt, kan je vanaf die plek over zo’n beetje de hele wereld kijken. Niet dat het hem een machtig gevoel geeft daar te staan. “Nee, het is uhm…” probeerde hij Henk eens uit te leggen. Het uitzicht vanaf daar geeft hem rust. Omdat hij er alles kan overzien. Alsof alles daar zichtbaar is. Helder. Duidelijk. Overzichtelijk. Zonder geheime plekken waarachter iets verborgen kan zitten.

Het lijkt soms allemaal grote planeten te zien. Alsof de sterren dichterbij zijn gekomen. Hij ze soms zelfs lijkt te kunnen aanraken. Allemaal warme, kleine zonnen zijn het voor hem. Die het licht op alles doen schijnen. “Jaaa…! Iedereen heeft zijn eigen zonnetje” denkt hij blij.

Harm blijft nog even staan en merkt niet dat Henk al enige tijd rechts schuin achter hem tegen het balkonhek geleund staat. Daar staan ze dan. De mannen. Samen. Wegdromend. In hun eigen wereld. Een wereld vol begrijp, verbinding en liefde…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Wat je weet kan je niet meer wegdenken


07 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]H[/fusion_dropcap]

arm ziet in dat het hem niet langer meer lukt om op zijn tenen te lopen. Hij wil het ook niet meer. Ondanks dat hij regelmatig leuks en moois doet is zijn zelfzorg onvoldoende. De ervaring met zijn broer Henk van laatst (zie de blog ‘Kijk, een vliegtuig’) deed hem daarvoor zijn ogen openen. Hij realiseert zich dat hij zichzelf de laatste jaren die ruimte nog maar nauwelijks geeft, omdat hij er van alles van is gaan vinden en oordelen over heeft. Zich daarbij heeft laten verleiden door de invloeden van zijn buitenwereld.

Maar goed, de ervaring met Henk van laatst heeft hem dus z’n ogen geopend. Dát is wat Harm wil. Heel veel vaker wil: de dingen doen waar hij écht blij van wordt. Die hem energie geven. En dat dan met mensen waarmee hij verbinding ervaart. Waarbij hij niet het idee heeft dat hij zichzelf moet verklaren en een handleiding moet overleggen hoe ze met hem om moeten gaan op een manier die voor hem prettig is. Dat kost hem teveel energie en het werkt niet. Nooit. Op den duur haakt een van beiden toch af, omdat de energie binnen zo’n contact niet stroomt. Om de beurt loop je dan op je tenen. Je past je aan aan de ander, soms zonder dat je weet wat de behoefte van de ander is. Dus dan doe je maar wat, met als gevolg dat je voorbij gaat aan je eigen behoefte.

Kortom: mooi leermomentje. Geweldig inzicht dit. Harm is trots. Hij heeft al langer het gevoel dat hij zichzelf in de weg zit met zijn aangepast gedrag. En daar knap last van had. “Moet maar eens over zijn” besluit hij nu. Hij is er wel zo’n beetje klaar mee om zichzelf te beperken in zijn doen en laten. Hij stopt ermee om nog langer zijn gedrag en uitlatingen aan te passen aan dat waarvan hij denkt dat dat voor zijn omgeving het meest aangenaam is.

Omdat Harm dit inzicht niet eerder had, kon hij zijn gedrag niet eerder veranderen. En nu eenmaal gezien, ervaren, herkend en erkend, pas NU is de mogelijkheid om te kiezen. Te kiezen om het anders te doen. “Wat je weet kan je niet meer wegdenken” lacht Harm, een beetje als een boer met kiespijn.

Hij installeert de zonnestoel op het balkon, trekt z’n shirt uit, zet z’n zonnebril op en gaat languit liggen. Neemt de tijd om te dagdromen. Op zijn manier. Zoals hij vroeger al deed. Erop los fantaseren, omdat hij daar blij van wordt. Hij ervan geniet en het hem ruimte geeft voor nieuwe inspiratie. Waardoor hij zichzelf erkent te mogen zijn die hij is. Om ‘gewoon’ Harm te zijn, ongeacht wat een ander daar van vindt of zegt. “Zoek het lekker uit” denkt hij, terwijl de eerste beelden aan zijn fantasie voorbij trekken.

In sneltreinvaart ziet hij wat mensen aan hem voorbij trekken. Ze rennen hem voorbij, waarbij hij moeitje moet doen om te kunnen onderscheiden wie het zijn. Doet er ook niet toe, maar nieuwsgierig als hij is wil hij ze graag herkennen. Wat hem opvalt is dat ze allemaal kleurloos zijn, alleen maar zwart/wit. En dat de meeste aandacht gaat naar hun benen, hun voorbij rennen eigenlijk. “Haha, dit is lachen” denkt hij, als hij ziet dat de persoon die op dat moment passeert “jaja, tegen ze poten wordt geschopt”, lacht Harm erachter aan. De persoon herkent hij niet, wel de broek die hij ziet. Die herkent hij uit duizenden. Die is van z’n collega Klaas. Een man met wie hij al lange tijd graag vriendschap wil, maar waarbij het contact maken zó stroef gaat dat het Harm iedere keer weer veel energie kost. En die Klaas geeft hem nogal eens het gevoel de poten onder z’n stoel vandaan te schoppen, iets dat hij steeds krampachtig wegwuift als zijn broer Henk hem die spiegel voorhoudt. Maar nu kan en wil hij dit niet langer ontkennen: het contact met Klaas is niet gelijkwaardig. Hij stopt er mee tijd en energie te steken in deze vermeende vriendschap.

“Hmmm. Da’s mooi” geeft hij zichzelf een compliment. Hij is trots op zijn keus. Want door die keus te maken geeft hij ruimte voor dat waar hij wél blij van wordt. En op dit moment is dat niks meer dan zichzelf de ruimte geven zichzelf te zijn. Te kunnen zijn. Te mogen zijn. Niks meer dan dat. Om van daaruit een basis te leggen en ruimte te maken om, stapje voor stapje, zijn buitenwereld toe te laten in zijn wereld. Maar zolang hij zijn eigen wereld niet de ruimte geeft, zolang zal hij ook geen verbinding kunnen maken met dat wat er om hem heen gebeurt.

“Pfff. Heftig. Voor nu wel even genoeg allemaal, al die wijze lessen”, vindt hij. Hij besluit nog even lekker van de zon te mogen genieten voordat het straks te koud wordt als die ondergaat. En op het moment dat Harm deze keus maakt verschijnen er meer van dat soort poppetjes zoals die ene die Klaas voor z’n poten schopte. Maar nu zijn ze groen en grappig, niet meer zwart/wit en angstaanjagend zoals die ene.
En ook het vliegtuig dat zijn broer Henk vorige week bij hem zag (zie de blog ‘Kijk, een vliegtuig’) vliegt nu voorbij. “Te gek, dat moet ik Henk vertellen” zegt hij terwijl hij door enthousiasme wat rechter gaat zitten, maar z’n ogen stijf dicht blijft houden.

Vanuit de hemel worden er nu witte ballonnen gedropt. Wit, zodat hij ze kan vullen met woorden, wensen en tekeningen. Dit doet een brede glimlach op zijn gezicht tevoorschijn toveren. Blij dat hij zichzelf deze ruimte geeft. Om te fantaseren. Om dat te doen wat voor hem nu nodig is. Wat goed voor hem is.
Maar de beelden stoppen nog niet. Er gebeurt nog meer. Hij is blijkbaar nog niet klaar voor nu, wat hij verre van vervelend vindt, wat het zonnetje voelt erg aangenaam op zijn blote lijf.

En op dat moment verschijnen er meer van dat soort poppetjes zoals die ene die Klaas voor z’n poten schopte. Alleen zijn ze nu groen en grappig, niet meer zwart/wit en angstaanjagend zoals die ene. Ze vliegen door zijn beeld heen, lopen over de witte ballonnetjes en maken een koprol over Henk z’n vliegtuig.

Langzaam laat Harm gesnurk horen. Het heeft hem moe gemaakt, deze mooie les. Na een diepe ademhaling, gevolgd door een even zo harde snurk, schrikt hij wakker. De zon is onder gegaan en het is wat kouder geworden. Hij staat op, klapt zijn zonnestoel in, zet ‘m op zijn plek terug, trekt zijn overhemd weer aan en gaat naar binnen. Hij gaat een tekening maken van al het moois wat hij net aan de binnenkant van zijn ogen heeft mogen zien…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Getver! Moet dat nou?


06 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]H[/fusion_dropcap]

arm is een dierenvriend, ook al heeft hij er bewust voor gekozen er zelf geen te nemen. Of misschien juist omdat hij een dierenvriend is en vindt dat, ter genoegen van de mens, die arme beestjes worden doorgefokt tot ze van alles mankeren. En dat ze, alsof het een ‘duur ding’ is voor vele honderden euro’s worden verkocht, dat vindt hij misselijkmakend. Hij begrijpt dat niet. Dat gaat niet meer over dierenliefde, dat gaat over geld. Daarom dus. En daar wil Harm niet aan mee doen.

Hij verbaast zich ook regelmatig over het gedrag van de eigenaren van al die lieve beestjes. Dat die hun lievelingetjes in een kooitje stoppen. Of hun katten de tuinen van hun buren laten onderpoepen waardoor die arme drommels nogal eens een schoen of emmer water naar hun koppie geslingerd krijgen. Omdat hun zogenaamde ‘poezenliefhebbers’ geen zin hebben om een kattenbak te verschonen. Die stank ook niet in huis willen hebben en er daarvoor liever voor kiezen dat die “toch al stomme buurman” er met z’n vingers in graait als die zijn tuin gaat doen.

Dan nog over de hondeneigenaren maar niet te spreken, die hun viervoeter midden op de straat laten poepen. En dat alleen omdat die mensen geen zin hebben in de voor hun huisdier o zo nodige beweging. Want ja, daar hebben ze hun ‘speeltje’ niet voor genomen. Dat wandelen, al die beweging, daar hebben ze geen zin in. En al helemaal geen 4 of 5 keer op een dag. Het liefst blijven ze op hun pantoffels in de deuropening staan wachten in de hoop dat hun lieftallige blaffer binnen 5 seconden klaar is met z’n behoefte en huppelend en blij weer naar binnen rent.

Bij de bushalte ligt er nu ook weer een. Zo’n dikke, vette dampende drol en hij stinkt nog ook. Hoewel prachtig van vorm, echt zo’n torentje, kan Harm het niet waarderen dat zijn medemens zo onfatsoenlijk is zijn huisdier op deze plaats z’n behoefte te laten doen. “Laat dat beest toch lekker in het gras gaat zitten” moppert hij hardop.

Met een schuin oog kijkt hij naar de drol, fronst zijn ogen en knijpt zijn lippen samen. Ter voorkoming dat écht wat onaardigs gaat zeggen tegen een toevallig passerende hondeneigenaar met een hond die op z’n baasje lijkt. Beiden precies hetzelfde haar haha. Nee dat heeft geen zin. Laat hij zich maar niet druk maken, de dag begint net. “Laat maar gaan. Doe net of ik het niet zie” spreekt hij zichzelf vermanend toe

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Ik heb mijn eigen lijstje

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

5/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
5/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]G[/fusion_dropcap]

ijs de buurman van Harm, is een man van halverwege veertig, maar lijkt ouder. Hij is een onopvallend typ. Zo een die je je niet herinnert als bij thuiskomst wordt gevraagd wie je tegenkwam onderweg. Zelfs al zou hij zwijgend een uur naast je in de trein hebben gezeten.

Er zijn verschillende dingen in zijn leven waar Gijs blij van wordt, maar niet eentje in het bijzonder. Hij houdt niet zo van uitspattingen, daar wordt hij onrustig van. Hij heeft zijn vaste bezigheden, want hij houdt van ritme en regelmaat in zijn leven. Zo gaat hij iedere donderdagavond naar zijn klaverjasclub en op zondagmiddag biljarten.

Op z’n werk kennen collega’s hem als een rustige man die zo heel af en toe een grapje maakt en altijd aardig is tegen iedereen. “Die stille” noemen ze hem.
Dinsdag heeft hij een beoordelingsgesprek en daar ziet hij tegenop. Het hele weekend heeft hij zich daar druk over gemaakt. Ze hebben met hem te doen de laatste paar weken, want Gijs is helemaal van de leg sinds de uitnodiging voor het gesprek op zijn deurmat viel. Zo kennen ze hem niet.
Hij houdt er niet van dat anderen een oordeel over hem vellen, zo voelt hij dat. Hij vindt het maar niks dat anderen je cijfertjes geven en dat dat mensen zijn waar je nog geen 3 zinnen mee heb gesproken het afgelopen half jaar.

Die dag voelde hij zich al iets beter, hij is gelukkig wat minder zenuwachtig voor zijn gesprek. In zijn hoofd heeft hij alle mogelijke punten die besproken worden al tientallen keren voorbij zien komen. Twee lijsten zijn het: de ene van de personeelsman met wie hij het gesprek heeft en de andere lijst is zijn eigen lijst met cijfers. Ze ontlopen elkaar nogal. “Ben bang dat ik er geen dubbeltje bij kan kletsen, want ze zeggen dat ik al aan m’n top zit”, terwijl hij op z’n eigen lijst ‘Poet’ een 0,1 heeft gegeven. En het onderwerp ‘Samenwerken’ wordt altijd alleen maar even terloops genoemd, terwijl het plezier maken met zijn collega’s op zijn eigen lijst de hoogste score heeft. “Een 12,4” had hij gegrapt toen hij zijn collega’s vertelde over zijn eigen lijst.

En nu is het zover. Over 3 minuten wordt hij verwacht in kamer 11. In de wc staat hij nog even voor de spiegel, laat een diepe zucht horen, haalt z’n hand door zijn haar, plukt even aan de hare op z’n kin en trekt de stropdas recht. Hij is er klaar voor. “Ze zeggen maar wat ze willen, zoek het lekker uit. Ik weet beter. Ik heb m’n eigen lijstje”. Hij lacht even naar z’n spiegelbeeld om deze voor hem stoere opmerking. Hij trekt zijn gezicht weer in de plooi en met enigszins knikkende knieën loopt hij de gang door naar zijn afspraak…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Kijk, een vliegtuig

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

4/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
4/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]H[/fusion_dropcap]

arm en zijn broer Henk zijn dikke maatjes. Dat was vroeger toen zij nog jong waren al zo. Hoewel Henk 3 jaar en 4 maanden ouder is dan Harm kijkt hij op tegen zijn broertje en is hij soms zelfs wat jaloers op hem. Omdat Harm wel gewoon durft te doen wat hij leuk vindt, iets waar hij meer moeite mee heeft.

Henk doet altijd al z’n best om het een ander naar de zin te maken. Toen hun vader nog leefde danste hij graag naar de pijpen van z’n vader, in de hoop meer aandacht van hem te krijgen. Het bespaarde hem wat knallen voor zijn kop, want hun vader was nou niet écht een huisvader waar je als kind zijnde jaloers op zou zijn. Nee, die man had ‘aardig en lief zijn voor je kinderen’ niet uitgevonden. En luisteren naar hen deed hij al helemaal niet.
Dit in tegenstelling tot hun moeder die altijd alle tijd van de wereld heeft voor haar zoons. Dat is nooit anders geweest. De jongens vinden dat fijn en maakte daar in het verleden, vooral in hun pubertijd, nogal eens misbruik van. Een beetje, maar niet ernstig. Maar ze hebben er altijd wel moeite mee gehad hoe onderdanig hun moeder zich gedroeg naar hun vader. Slaafs bijna. Heel soms komt die herinnering nog wel eens voorbij, wat hen, nog steeds na al die jaren, voor een koude rilling door hun hele lijf zorgt.

Door het misselijke gedrag en de chagerijnige buien van hun vader creëerde Harm en Henk al op vroege leeftijd hun eigen wereld, waarin alles mogelijk was. Waarin ze verre reizen maakte. En net zoveel huisdieren hadden als ze wilde. Zelfs de allergrootste, zoals olifanten en giraffen. Voor Harm ging dat fantaseren als vanzelf (lees ‘En opeens was alles anders’), Henk vond dat soms wat lastig. Die begon soms met beredeneren of het echt wel mogelijk was, dat alles wat ze bedachten. Hij zei dan bijvoorbeeld dat die hele grote dieren eigenlijk niet in hun tuintje paste, alsof dat z’n angst was. Maar Harm begreep wel dat het de oordelen van hun vader waren die Henk ervan weerhielden écht hardop te durven dromen. En daarom was Henk dus een beetje jaloers op zijn broertje die zich volledig kon laten meevoeren tijdens hun gezamenlijke fantasiereizen (lees ‘En opeens was alles anders’), waarbij Harm meestal bedenker was van hun verhalen en Henk zich graag liet meevoeren.

De verbondenheid tussen de beide broers is groot. Symbiotisch bijna. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat ze elkaar zo goed aanvoelen. Weten vaak al wat de ander wil zeggen voordat ‘ie z’n mond open doet. Of bellen elkaar en krijgen dan in gesprek omdat ze elkaar tegelijkertijd blijken te bellen. Voor hen veel voorkomend en heel normaal deze gebeurtenissen, voor buitenstaanders niet altijd te begrijpen.

De laatste jaren missen ze die momenten samen. Glimlachend als een boer met kiespijn proberen ze hun verhalen op te halen, maar weten er als volwassene soms wat lastig mee om te gaan. Maar zo af en toe, net als vandaag, kiezen ze er toch weer even voor om ‘gewoon’ dit spel te doen. Weer volop te fantaseren.
Ze bedachten dit spel al lang geleden: tegenover elkaar staan en om de beurt raden waar de ander aan denkt. En vrijwel altijd konden ze dan vertellen wat ze bij de ander ‘zagen’, want het waren meestal plaatjes die ze bij de ander zagen als ze hun ogen dichtdeden. Bij Harm lukte dat meestal beter dan bij Henk. Henk is meer van het denken in woorden en Harm is niet alleen de creatieveling van hun twee, hij is ook een beelddenker.

Vandaag staan ze weer tegenover elkaar. “Lang geleden man, fijn die verbinding weer met je te voelen en weer eens wat beelden met je te delen” laat Harm zijn broer weten. Harm is blij sinds het telefoontje van Henk vanmiddag, die liet weten z’n broer graag weer te zien en weer eens “Net zoals vroeger” hun spelletje ‘Plaatjes raden’ te spelen. Ja, dat was wat Henk letterlijk zei. Dat zorgde gelijk voor een dikke glimlach op zijn gezicht.

En daar staan ze dan. Middenin de kamer, tegenover elkaar. Tafel en bank aan de kant geschoven. Alsof ze weer even die jochies van vroeger zijn van toen.
Ze sluiten hun ogen en Henk zal als eerste proberen weer te geven waar Harm op dit moment aan denkt. Een paar minuten lang staan ze zwijgend tegenover elkaar. Henk haalt diep adem en langzaamaan ziet hij beelden op zijn netvlies verschijnen. Eerst een soort luchtbellen. “Blauwe. Lichtblauwe”, laat hij weten. Hij krijgt z’n beeld nog niet helemaal helder, wat het heen-en-weer-wiebelen van zijn lichaam al verraade “Enne… Uhm… Kijk, een vliegtuig” laat hij Harm weten.
“Ja man, je hebt gelijk” jokt zijn broertje. Dit moment, zo samen met elkaar, is hem heel veel dierbaarder dan het juiste antwoord. Ze hebben aandacht voor elkaar. De verbinding is voelbaar. En doen wat ze altijd al graag deden samen. Het “Goed man, fijn dit, samen met jou” is waar het over gaat voor de jongens. De rest van de wereld kan hun gestolen worden. Zij hebben hun eigen wereld. Nog steeds. En die blijven ze met elkaar delen. Altijd…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

En opeens was alles anders


03 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]N[/fusion_dropcap]

ormaal gesproken slaapt Harm in één ruk door, maar vannacht werd hij wakker van z’n eigen gewoel. En vanochtend kon hij zich nog precies herinneren waarover hij droomde. Zo vertrouwd voelde hij zich ermee.

Maar het gekke was dat hij z’n best moest doen om zich te herinneren wat hij gisteravond deed voor hij naar bed ging om te slapen. Was zelfs vergeten wat hij had gekookt en wat voor toetje hij at. Wist ook niet meer hoe laat hij thuis kwam uit z’n werk. Of welke kleren hij droeg. Wie er naast hem in de bus zat. En wat hij op z’n werk had gedaan. Kortom: een rare ervaring. Hier begreep hij niets van.

Het voelde  alsof hij langdurig verdoofd was. Misschien wel dagen. En dat hij wakker werd op een plek die hem vreemd leek. Z’n kussen voelde harder dan normaal. En hij herkende z’n dekbedhoes niet.
“Dit is écht bizar” dacht hij terwijl hij de voor hem onbekende sterretjes op zijn plafond opmerkte. En dat zonder bril, wat onmogelijk was. Al piekerend en peinzend probeerde hij dit alles te kunnen verklaren, maar het kostte hem zoveel moeite om een en ander aan elkaar te knopen dat hij er moe van werd. En weer in slaap viel.

Even later draaide Harm zich nogmaals om, deed zijn ogen open en was, zoals iedere ochtend, in één keer klaarwakker. Hij had gedroomd dat hij wakker werd uit een droom en dat alles anders was. En opeens herinnerde hij zich dat hij gisteravond laat, tijdens het opruimen van zijn kelder, in een doos vol oude kinderspullen een boekje vond van vroeger. Over een gele rups die een vlinder werd in een wereld vol vliegende vissen, torretjes en kippen. Een wereld waarin alles mogelijk was. Hij weet nog goed dat hij dit boekje keer op keer bleef lezen en doorbladeren, wat door de ezelsoren en een paar scheuren in de kaft zichtbaar was.
Dit boekje was ‘m dierbaar. Het was voor hem de basis van z’n creatieve uitspattingen. Hier kwam zijn “Denken buiten de lijntjes” vandaan, zoals hij dat noemde, als iemand hem vroeg hoe zijn manier van tekenen ooit was ontstaan. Vanaf de eerste keer dat hij dit boekje doorbladerde en de plaatjes bekeek was hij geraakt. Omdat hij zich herkende in de tekeningen en verhalen. En na dat eerste moment had Harm een geheel eigen wereld bedacht en was ‘m zelf vorm gaan geven. Zijn wereld…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Een kleurloze dag

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

2/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
2/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]T[/fusion_dropcap]

oen Harm vanochtend opstond was hij er al zeker van. “Vandaag blijf ik de hele dag thuis. Ik heb nergens zin in”.

En zo geschiedde. Hij trok z’n joggingbroek en lievelingsshirt aan, keek even in de spiegel en haalde een hand over z’n kale hoofd. “Zo”. En daarmee was hij klaar voor een dagje niksen vandaag.

De geur van verse koffie door het huis montert hem wat op. Vanachter de grote tafel midden in kamer voelt Harm zich het prettigst. Hij neemt daar plaats en zet z’n laptop aan. Vanaf hun vaste plek in de linkerbovenla van zijn smalle ladekast pakt hij zijn stiften en papier en legt ze op tafel, voor het geval hij vandaag zin heeft om te tekenen. De broodplank met lekkers krijgt ook een prominente plek op tafel, want als Harm onvoldoende eet door de dag heen wordt hij chagerijnig en zelfs voor zichzelf wat onuitstaanbaar. Dat wil hij graag voorkomen, helemaal vandaag, omdat hij toch al nergens zin in heeft.

Geen zin om aan het aanrecht boterhammen klaar te maken zet hij lekkers op de broodplank zodat hij af en toe een hapje tussendoor kan nemen tijdens wat hij gaat doen. Nou ja, dat wil zeggen: áls hij wat gaat doen. Als hij terugloopt naar de keuken met zijn bord van gisteravond dat nog op tafel stond, loopt hij langs zijn bank. Waarom die na al die jaren nog steeds in zijn bezit is, daar weet hij zichzelf vandaag helemaal geen antwoord op te geven. Op zijn bank zit hij nooit zo lang als de uren die hij achter zijn tafel zit. Alleen als hij ’s avonds moe thuis komt uit zijn werk ploft hij er wel eens op, verder vrijwel niet. Harm is liever bezig dan dat hij stilzit. Een beetje schrijven op zijn laptop of tekenen. Zijn hele leven speelt zich eigenlijk af op en rondom zijn tafel.

Harm glimlacht bij de gedachte dat hij zowel tijdens momenten dat hij het op zijn manier ‘druk’ heeft als de tijden dat hij zich verveelt eigenlijk altijd op z’n vaste plek vanachter de tafel plaatsvinden. Hoewel hij vaker tekent op tijdens momenten dat hij wat meer rustig en ontspannen is dan wanneer hij wat druk in zijn hoofd is. Maar op zo’n dag als vandaag heeft hij geen flauw idee of hij überhaupt wel zou willen tekenen.

Hij haalt adem, vanuit zijn tenen en een diepe zucht is hoorbaar. “Het is weer zo’n dag. Vandaag komt er niks uit mijn handen”. Hij pakt z’n stiften, legt zijn papier goed en gaat tekenen…

Verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]