Categorieën
verhalen

Mistig

 

Het zijn allemaal verhalen, Sonja BroekhuizenAls hij naar buiten kijkt kan hij van achter z’n raam net aan de stoeprand zien. Zo mistig is het vanochtend. Boris houdt niet van mist, dat vindt hij spannend. Dan kijkt hij schichtig om zich heen bij ieder geluid wat hem vreemd voorkomt. En voordat hij de hoek om loopt blijft hij angstvallig stilstaan. Alsof ieder moment Loek, de kat van de buren, de bocht om komt rennen en hem luid miauwend zou laten schrikken. ”Gek beest ben je toch” lacht Henk zijn hond toe. Terwijl Boris naar de deur rent loopt Henk nog even op en neer naar boven om zijn hoed te pakken. Een nat pak vindt hij niet erg, maar hij heeft er een hekel aan als z’n kale hoofd nat wordt door regen of, zoals vandaag, koude mist.

Terwijl baas en hond hun eerste stappen voor vandaag buiten de deur zetten doet het zonnetje haar best. Langzaamaan wordt het lichter en halverwege hun wandeling springen de lantaarnpalen uit. Door de mist is het een saaie wandeling voor Henk, omdat Boris zo bang als een konijn is met deze mist. Hij blijft braaf naast hem lopen, alsof hij aan z’n broek geplakt zit.

Normaal gesproken mag Boris altijd even los rennen op het grasveldje in de buurdt en heeft Henk even de tijd voor zijn meditatiemomentje op het bankje wat daar staat. Maar dat zit er deze vanochtend niet in. Het wordt een korte wandeling. Misschien vanavond, als de mist weg is.

En anders morgen weer een dag…

Categorieën
verhalen

Als je een regenboog wilt, dan moet je tegen regen kunnen

15 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]A[/fusion_dropcap]

ls kind zijnde fantaseerde Harm vaak dat hij vleugels had. Kon vliegen. En hij wist ook waarheen hij wilde vliegen. “Naar de regenboog” was eigenlijk de enige plek die hij kon verzinnen. Hij had zichzelf wijsgemaakt dat dat een plek was waar het altijd fijn was, iedereen lief en blij was en iedere dag de zon scheen.”Dat kan niet anders”, zo redeneerde hij, “want met al die kleurtjes was het altijd vrolijk”.

In zijn eigen, kleine wereldje was Harm best een blij en gelukkig kind. Zolang hij er maar op los fantaseerde en de tijd voor zijn spel nam om zich erin te verliezen op een manier die voor hem prettig was. Dan was het goed voor hem. Hij hield daarom van de vakanties, want dan was zijn vader overdag aan het werk en hoefde hij geen rekening met hem te houden. Want zijn vader had geen goede invloed op hem. Hij werd nerveus van die man. Wilde het liefst van hem weg. Ver weg. Misschien dat hij daarom altijd graag wilde dat hij vleugels had en kon vliegen? Grote kans dat dat de oorzaak was van het wegvluchten in zijn eigen wereld, een wereld waarin hij zich veilig voelde en zichzelf alle ruimte kon geven die hij nodig had.

Harm kwam al vroeg tot de ontdekking dat pijn en verdriet soms in het verlengde liggen van blije momenten. Hij vond dat een raar iets. Want als het dagen achter elkaar rustig was thuis en er geen onvertogen woord viel, had hij minder behoefte zich in zijn fantasiewereld terug te trekken. Terwijl als hij in zijn fantasiewereld zijn eigen spel speelde hij zich altijd ontspannen voelde. Niet bang was. Zich stoer voelde. De grootste praatjes had. En tijdens zijn spel kon hij ook de wereld aan en alles op een liefdevolle manier naar zijn hand zetten. Zijn ouders waren dan een gelukkig stel, zijn vader had respect voor zijn vrouw en alle aandacht voor zijn broer Henk en hem. Speelde soms zelfs met hen, fantaseerde hij, en hij kon hem dingen vragen en kreeg oprecht aandacht, wat in het normale leven onmogelijk bleek.

Harm begreep de uitspraak “Als je een regenboog wilt, dan moet je tegen regen kunnen” van Dolly Parton wel. Het was hem duidelijk dat hij weinig anders kon dan rekening houden met de grillen van zijn vader. En, hoe gek en vervelend ook, juist door diezelfde buien kende hij blije en gelukkige momenten in zijn leven. Door de reizen die hij maakte als hij zijn vleugels om had. Zijn reisjes naar de regenboog.

Maar voor een regenboog heb je niet alleen zon nodig. Het moet dan wel eerst regenen. Zoals de buien van zijn vader . . .

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Categorieën
verhalen

Als ik kon dansen door de lucht

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

13/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
13/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]A[/fusion_dropcap]

ls Harm niet zo lekker in z’n vel zit gaat hij regelmatig naar z’n broer Henk, waar hij een eigen kamer heeft. Deze heeft een balkon met uitzicht over de hele stad, waar Harm enorm van kan genieten. Hij tuurt dan wat voor zich uit en dagdromen is op dat moment dan het enige wat hij doet.

Ook nu staat hij met zijn armen leunend op het gietijzeren balkonhekje, turend in de verte te genieten van de ondergaande zon. Hij houdt van dit weer, van deze zwoele en warme avonden. Dan lijkt hij veel makkelijker ‘zomaar’ te kunnen wegdromen dan op de dagen dat het regent of koud is.

Deze plek, hier op dit balkon, maakt zijn fantasie overuren. Hij laat afgelopen weken even aan zijn aandacht voorbij trekken en zijn goede vriendin Marloes komt voorbij in zijn gedachten. Bijvoorbeeld die gebeurtenis laatst in de kledingwinkel (lees ‘Ik lijk wel een kikker’) dat ze hem een groen shirt liet aantrekken, wat ervoor zorgde dat ze de grootste lol hadden samen.
Zijn vriendin Marloes kocht toen een jurk die hij geweldig vindt, want die staat haar geweldig. Het is een lange, wijde jurk met lange mouwen, van luchtige katoen. Hij noemt het gekscherend haar Osho-jurk, vooral ook omdat ze er een ketting van donkerbruine houten kralen bij draagt.

Laatst toen het waaide en zij buiten heen en weer liep zorgde de wind voor een prachtig schouwspel doordat de wind haar jurk deed opwaaien. En toen ze haar armen optilde leken haar lange, wijde mouwen wel vleugels. Leek ze bijna weg te kunnen vliegen. Harm heeft haar toen gefilmd en aan dat moment denkt hij nu terug. “Mijn engeltje” noemde hij haar liefkozend, toen ze daarna samen het filmpje terugkeken op zijn mobiel. En nu is er een grote glimlach op zijn gezicht bij dit beeld van zijn lieve vriendin.

Harm is in de hangmat gaan liggen, doet zijn ogen dicht en geeft zijn dagdromerij alle ruimte. Hij heeft geen haast en blijft vanavond bij Henk slapen, in zijn eigen logeerkamer. Maar het is nu zulk lekker weer dat hij zelfs overweegt om in de hangmat te slapen.
Niet veel later is na een diepe zucht een zacht gesnurk hoorbaar vanuit de hangmat en hij ziet zichzelf aan de binnenkant van zijn ogen verschijnen. In de jurk van Marloes en met een kroon op zijn hoofd, haha. Hij beweegt door de lucht, ver boven alle gebouwen waarover hij kan uitkijken vanaf die plek in de hangmat. Hij heeft zijn armen wijduit, waardoor de mouwen op vleugels lijken, zoals op het filmpje dat hij laatst van Marloes maakte. En hij danst als het ware door de lucht, met de sterren al zichtbaar tegen de heldere hemel.

“Als ik toch eens kon dansen door de lucht.
Dan zou ik nooit meer slapen.
Maar altijd met de zon meebewegen tegen een achtergrond van sterren . . .”


[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Categorieën
verhalen

Alleen ik weet het antwoord

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

10/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
10/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]W[/fusion_dropcap]

eer een nacht vol dromen achter de rug, zoals hij die wel vaker heeft. Harm kan zich bij het wakker worden een paar dingen nog goed herinneren. In zijn droom was hij, op zijn sokken na, naakt. Had zelfs z’n bril niet op. “Huh, raar man” zegt hij, terugdenkend aan dit stuk van zijn droom. Hij is niet zo van het bloot lopen. Tenminste, niet in het openbaar dan. Kan het daarom ook niet plaatsen.

“Ooow… Wacht eens even. Als ik nou eens…”. Hij heeft een helder moment. Zijn goede vriendin Marloes  heeft hij al vaker uitleg over zijn dromen gevraagd. Niet dat zij alle antwoorden weet, maar zij weet hem wel de juiste vragen te stellen. En aan de hand van die vragen krijgt hij dan meestal wel helder wat zijn dromen hem willen zeggen. Hij probeert te verzinnen wat Marloes hem zou vragen, als hij haar over zijn droom zou vertellen. Hij kan er nog niet zoveel mee, met enkel en alleen de beelden die hij zag. In zijn droom zag hij alleen zichzelf normaal. Nou ja, gekleurd dan. De schapen, wolken, vloer, muur en deur waren kleurloos.

Harm trekt de linker bovenla van zijn smalle ladekast open en pakt een stift en een paar velletjes papier. Hij legt het op tafel, gaat er zitten op z’n vaste plek en probeert zich alles te herinneren. Hij schrijft alles op en fantaseert er een beetje op los.

BLOOT: ontdaan van alles, alle jasjes uit, de naakte waarheid.
SOKKEN AAN: warmte, genegenheid, intiem, veilig gevoel, voelt minder bloot.
SLAAPKAMER bij Henk: ik herken de laminaatvloer, de deur en de muur (lees de blog ‘Iedereen z’n eigen zonnetje’), mijn veilige plek.
Hoofd in de WOLKEN: aanschouwen, blij zijn waardoor de rest minder belangrijk is, me afzonderen.
SCHAPEN die allemaal DEZELFDE KANT oplopen: kan maar 1 kant op, de goeie kant op gaan.
BRIL niet op, OGEN GESLOTEN: ik hoef het niet te zien, het is al helder en duidelijk.
Waarom ik zo BREEDUIT sta: ik moet een grote stap in mijn leven nemen, in mijn kracht staan.
Met m’n ARMEN in de lucht: geef me er aan over, aan dat wat gebeurt. Voelt blijkbaar veilig genoeg, want ik ben ook nog eens NAAKT.
Ik was GEKLEURD, de rest KLEURLOOS: ik ben belangrijk, de rest doet er niet toe, kleur geven aan mezelf, alles buiten mijzelf minder aandacht geven.

Al schrijvende wordt Harm het een en ander duidelijk. Hij staat voor zijn gevoel op het punt een paar belangrijke knopen door te hakken. Hij voelt al een tijdje dat hij niet verder kan zoals nu. Hij moet de waarheid onder ogen zien “Ha, daarom naak”. En dat hij er nu klaar voor is, voor deze stap in zijn leven, verklaart voor hem de open houding die hij aannam in zijn droom.

Even later belt hij Marloes om zijn droom met haar te delen. Om haar ook trots te kunnen vertellen dat hij zonder haar hulp uitleg heeft kunnen geven aan z’n eigen droom.
Hoe fijn Marloes het ook vindt dat hij zijn dingen met haar deelt, zoals eerder laat zij hem ook deze keer weten dat het haar niets uitmaakt. Dat het er niet toe doet of zij zijn uitleg begrijpt. “Het gaat om jou. Het is jouw verhaal. Alleen jij weet hoe het voor jou is, jouw droom en wat ‘ie voor jou betekent. Wat ik er van vind doet er niet toe. Je hebt mijn goedkeuring niet nodig lieverd”. Harm zucht een paar keer hoorbaar. Hij vindt het altijd lastig als Marloes hem dit soort dingen zegt. Kan hij moeilijk horen. Hij wil graag haar goedkeuring. En eerlijk gezegd hoopte hij ook stiekem op een duwtje in de goede richting voor wat betreft de keuze die hij nu moet maken.

Dan is het even stil aan de telefoon. Harm drukt Marloes weg. Hij heeft tijd nodig om te verwerken wat zij zei. Om het te voelen. Te ervaren. Nogmaals alles te laten passeren wat hij over zijn droom opschreef en zojuist vertelde. Hij leest zijn papiertje hardop voor aan zichzelf en loopt met z’n telefoon nog in zijn andere hand, naar de bank. Hij laat zich met een hoorbare plof in de hoek vallen, nog steeds starend op zijn briefje. “Naakte waarheid…Een keuze maken… Tijd voor jezelf nemen…” hoort hij zichzelf zeggen.

Hij ziet dat er een traan op zijn papiertje drupt. En nog een paar. Het is hem duidelijk. Het is tijd verantwoordelijkheid te nemen over zijn eigen leven en andere keuzes te maken. En dat alleen hij weet wat zijn volgende stap zal zijn . . .

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Categorieën
verhalen

Ik lijk wel een kikker

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

9/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
9/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]V[/fusion_dropcap]

andaag heeft Harm een goeie bui. Niet dat dat niet vaker voorkomt, maar hij is blijer dan anders. De hele dag met zijn goeie vriendin Marloes op stap. Ze zijn dikke maatjes en hij ziet er iedere keer weer naar uit haar weer te zien. Dat wordt weer lachen.

Harm is verre van extreem of opvallend in zijn uitspraken en zo ook in zijn kleding. Nou ja, hij draagt in ieder geval geen fel gekleurde shirtjes. En wat hij draagt hoeft ook niet per definitie ‘in’ te zijn. Daar houdt hij zich niet zo mee bezig. Marloes daarentegen is altijd vrolijk gekleed, veelal met felle kleuren. Harm gaat vandaag met haar mee, kleding kopen. Niet dat hij gek is op winkelen, maar samen met Marloes heeft hij altijd de grootste lol. Ze hebben veel onderonsjes en hebben maar een half woord nodig als ze elkaar iets willen vertellen. Dat is ook wel zo met Henk, zijn broer, maar met Marloes is het tóch anders. Waarschijnlijk omdat zij een vrouw is.

Soms is er tussen hen wat spanning voelbaar en gelukkig kunnen ze het daar goed over hebben. ‘Dat man-vrouw-dingetje’ wat ze allebei wat spannend vinden en het liefst wat uit de weg gaan. Dan kijken ze elkaar wat schuchter lachend aan. “Neeeeeej, laten we dat maar niet doen, dat wordt toch niks, we hebben het leuk zoals het is” is hun vaste uitspraak. Terwijl geen van beiden goed kan benoemen waarom het dan ‘toch niks’ zou worden. Over alles praten ze honderduit, maar dit stukje ligt voor hen beiden gevoelig. Voor nu in ieder geval.

Daar staan ze dan. In de vierde kledingwinkel vandaag. Nu is Harm aan de beurt vindt Marloes. Hij heeft zich, met wat tegenzin en op verzoek van Marloes, in een felgroen shirt gehesen. Hij gaat ongemakkelijk voor de spiegel staan als hij de paskamer uit komt. “Ik lijk wel een kikker” laat hij Marloes droog weten. Had hij beter niet kunnen zeggen, want nu Marloes houdt het niet meer: ze brult het haast uit van het lachen. Zoals ze wel vaker doet als ze samen zijn. “Of een punker” doet Harm er een schepje bovenop. “En dan gaan we straks zeker nog even naar de kapper voor een roze hanekam” zegt hij, terwijl hij z’n wenkbrauwen optrekt en z’n lippen in een strakke lijn trekt. Hij voelt zich eerst nog wat ongemakkelijk, maar als hij rechts opzij naar Marloes laat ook hij zich luid en duidelijk horen. En kunnen ze er beiden niet mee stoppen. Met buikpijn van het lachen, proberen ze elkaar aan te kijken. Mislukt. De winkel wordt wederom gevuld met de lange, hoge uithalen van Marloes.
Harm geniet enorm van deze momenten samen met haar. Die lach doet hem denken aan de keren dat hij, meestal op zondag, op zijn radio een klassieke zender beluistert. “Alleen het onkest ontbreekt nog” lacht hij Marloes toe. “De strijkers zetten zo in”. En Marloes laat zich nogmaals horen, klinkend als een paar hoge tonen. Deze keer wat kortere steeds lager wordend, gevolgd door een luid hoorbare diepe ademhaling. “Pfff… Je laat me écht weer even lachen man” laat ze Harm weten en geeft hem een dikke knuffel.

Momenten zoals deze, als Marloes hem een knuffel geeft, doen hem denken aan zijn moeder. Niet dat zijn broer Henk en hij moederliefde missen, dat niet. Hun moeder heeft altijd alle tijd en aandacht voor hen. Nog stees. Maar haar manier van haar liefde uiten is wat onbeholpen, veroorzaakt door haar onderdanig gedrag ten opzichte van hun vader. Ze loopt, zo lang Harm zich kan herinneren, altijd op haar tenen (lees de blog ‘Kijk een vliegtuig’). Zal nooit eens uit de band springen, uitbundig lachen of hem eens een dikke knuffel geven, zoals Marloes dat doet. Daardoor is hij er wat ongemakkelijk mee, op die manier contact te hebben met een vrouw.

Er komt een tijd dat Harm het écht kan ontvangen, die vorm van aandacht die hij met Marloes ervaart. Het dan ook oprecht kan geven aan een ander. Misschien zelfs wel aan Marloes. Maar vandaag heeft hij lol met haar. Waarbij ze ook deze keer weer alle tijd en aandacht voor elkaar hebben. Op een manier die voor hen beiden ‘past. Tijd voor een dolletje, serieuze praat en af en toe een knuffel. En hij geniet er intens van . . .

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Categorieën
verhalen

Iedereen een eigen zonnetje


08 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]A[/fusion_dropcap]

ls klein jongetje was Harm er al nooit zo mee bezig, met grote dingen zoals ‘het leven’. En hij had er toen al helemaal geen plaatje bij hoe dat er uit zou kunnen zien. Nee, hij leeft met zijn broer Henk veelal in het moment. Is al moeilijk genoeg voor hen, gezien de niet-altijd-even-vrolijke-buien van hun vader (lees de blog ‘Kijk, een vliegtuig). “En dan zeg ik het heul errug netjes” gaat er door hem, terwijl er een grote frons tussen zijn wenkbrauwen ontstaat als hij bij de gedachte aan z’n vader een koude rilling door zich heen voelt trekken.

Beetje gekke ervaring vindt hij dat nu wel, want het is zo warm nu dat hij vlak daarvoor nog snakte naar een koel en fris windje. Dat dit niet was wat hij bedoelde toen hij daar aan dacht moge duidelijk zijn!

Tja. Zijn vader. De oorzaak van alle ellende in zijn leven. Nou ja, de momenten die hij als ‘ellendig’ ervaart dan, want op zich is Harm niet zo’n zwaarmoedig typ. Eigenlijk verre van dat. En die momenten trekt hij zich terug in zijn eigen, veilige wereld, waarin hij alles kan overzien en hem niets benauwt of afschrikt.

Ondanks dat zijn broer Henk tegen hem opkijkt, (lees de blog ‘Kijk, een vliegtuig) blijft Harm hem nog steeds als ‘grote broer’ zien. Zijn steunpilaar. Rustpunt ook. Ze hebben een soort van stilzwijgende afspraak. Dat is zo gegroeid. Als Harm zich niet zo lekker voelt, om welke reden dan ook, dan stuurt hij Henk een sms om te laten weten dat hij een kwartier later bij hem op de stoep staat. Het is eigenlijk nog nooit voorgekomen dat Henk liet weten dat hij niet welkom was. Alleen was Henk er één keer niet, maar omdat Harm de sleutel heeft mocht hij er gewoon naar binnen.

En wat hij daar dan doet, als hij bij Henk is? Eigenlijk niks. Gewoon er ‘zijn’. Henk biedt hem een plek waar hij veiligheid en rust ervaart. Hij vindt het prettig om bij zijn broer te zijn, vooral op een moment dat alles ‘m voor zijn gevoel even teveel is. Henk doet dan niks anders dan een grote pot thee zetten voor Harm. Vaak zeggen ze elkaar niet eens gedag. “Dan is het net of we elkaar al lang niet hebben gezien. Nee: we doen alsof we daarvoor ook al samen waren. Dat je er gewoon steeds voor mij bent. Altijd!” hebben ze ooit ruim 40 jaar geleden met elkaar afgesproken. En dat is altijd zo gebleven. Dat gaat nog steeds goed. Daar hebben ze nog nooit wat aan veranderd. En dat zal wellicht altijd zo blijven.

Het komt ook wel eens voor dat Harm blijft slapen, die momenten dat hij bij Henk is. Hij heeft er een eigen slaapplek. In een heel klein kamertje dat niet veel groter is dat het bed dat Henk ooit voor hem kocht. Maar dat kleine kamertje is het mooiste plekje wat hij kent, want het heeft een ongelooflijk te gek groot balkon. Zo’n heel oud balkon met een gietijzeren hekje en van die geglazuurde kleine tegeltjes. En niet te vergeten: het uitzicht. Dat is zó geweldig! Alleen de gedachte aan dat uitzicht doet Harm soms al besluiten om weer even ‘op adem te komen’ bij zijn broer.

Daar, op die plek op het balkon, staat Harm soms uren. Je kijkt er over de hele stad heen. En met een beetje fantasie, waar het Harm niet aan ontbreekt, kan je vanaf die plek over zo’n beetje de hele wereld kijken. Niet dat het hem een machtig gevoel geeft daar te staan. “Nee, het is uhm…” probeerde hij Henk eens uit te leggen. Het uitzicht vanaf daar geeft hem rust. Omdat hij er alles kan overzien. Alsof alles daar zichtbaar is. Helder. Duidelijk. Overzichtelijk. Zonder geheime plekken waarachter iets verborgen kan zitten.

Het lijkt soms allemaal grote planeten te zien. Alsof de sterren dichterbij zijn gekomen. Hij ze soms zelfs lijkt te kunnen aanraken. Allemaal warme, kleine zonnen zijn het voor hem. Die het licht op alles doen schijnen. “Jaaa…! Iedereen heeft zijn eigen zonnetje” denkt hij blij.

Harm blijft nog even staan en merkt niet dat Henk al enige tijd rechts schuin achter hem tegen het balkonhek geleund staat. Daar staan ze dan. De mannen. Samen. Wegdromend. In hun eigen wereld. Een wereld vol begrijp, verbinding en liefde…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Categorieën
verhalen

Wat je weet kan je niet meer wegdenken


07 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]H[/fusion_dropcap]

arm ziet in dat het hem niet langer meer lukt om op zijn tenen te lopen. Hij wil het ook niet meer. Ondanks dat hij regelmatig leuks en moois doet is zijn zelfzorg onvoldoende. De ervaring met zijn broer Henk van laatst (zie de blog ‘Kijk, een vliegtuig’) deed hem daarvoor zijn ogen openen. Hij realiseert zich dat hij zichzelf de laatste jaren die ruimte nog maar nauwelijks geeft, omdat hij er van alles van is gaan vinden en oordelen over heeft. Zich daarbij heeft laten verleiden door de invloeden van zijn buitenwereld.

Maar goed, de ervaring met Henk van laatst heeft hem dus z’n ogen geopend. Dát is wat Harm wil. Heel veel vaker wil: de dingen doen waar hij écht blij van wordt. Die hem energie geven. En dat dan met mensen waarmee hij verbinding ervaart. Waarbij hij niet het idee heeft dat hij zichzelf moet verklaren en een handleiding moet overleggen hoe ze met hem om moeten gaan op een manier die voor hem prettig is. Dat kost hem teveel energie en het werkt niet. Nooit. Op den duur haakt een van beiden toch af, omdat de energie binnen zo’n contact niet stroomt. Om de beurt loop je dan op je tenen. Je past je aan aan de ander, soms zonder dat je weet wat de behoefte van de ander is. Dus dan doe je maar wat, met als gevolg dat je voorbij gaat aan je eigen behoefte.

Kortom: mooi leermomentje. Geweldig inzicht dit. Harm is trots. Hij heeft al langer het gevoel dat hij zichzelf in de weg zit met zijn aangepast gedrag. En daar knap last van had. “Moet maar eens over zijn” besluit hij nu. Hij is er wel zo’n beetje klaar mee om zichzelf te beperken in zijn doen en laten. Hij stopt ermee om nog langer zijn gedrag en uitlatingen aan te passen aan dat waarvan hij denkt dat dat voor zijn omgeving het meest aangenaam is.

Omdat Harm dit inzicht niet eerder had, kon hij zijn gedrag niet eerder veranderen. En nu eenmaal gezien, ervaren, herkend en erkend, pas NU is de mogelijkheid om te kiezen. Te kiezen om het anders te doen. “Wat je weet kan je niet meer wegdenken” lacht Harm, een beetje als een boer met kiespijn.

Hij installeert de zonnestoel op het balkon, trekt z’n shirt uit, zet z’n zonnebril op en gaat languit liggen. Neemt de tijd om te dagdromen. Op zijn manier. Zoals hij vroeger al deed. Erop los fantaseren, omdat hij daar blij van wordt. Hij ervan geniet en het hem ruimte geeft voor nieuwe inspiratie. Waardoor hij zichzelf erkent te mogen zijn die hij is. Om ‘gewoon’ Harm te zijn, ongeacht wat een ander daar van vindt of zegt. “Zoek het lekker uit” denkt hij, terwijl de eerste beelden aan zijn fantasie voorbij trekken.

In sneltreinvaart ziet hij wat mensen aan hem voorbij trekken. Ze rennen hem voorbij, waarbij hij moeitje moet doen om te kunnen onderscheiden wie het zijn. Doet er ook niet toe, maar nieuwsgierig als hij is wil hij ze graag herkennen. Wat hem opvalt is dat ze allemaal kleurloos zijn, alleen maar zwart/wit. En dat de meeste aandacht gaat naar hun benen, hun voorbij rennen eigenlijk. “Haha, dit is lachen” denkt hij, als hij ziet dat de persoon die op dat moment passeert “jaja, tegen ze poten wordt geschopt”, lacht Harm erachter aan. De persoon herkent hij niet, wel de broek die hij ziet. Die herkent hij uit duizenden. Die is van z’n collega Klaas. Een man met wie hij al lange tijd graag vriendschap wil, maar waarbij het contact maken zó stroef gaat dat het Harm iedere keer weer veel energie kost. En die Klaas geeft hem nogal eens het gevoel de poten onder z’n stoel vandaan te schoppen, iets dat hij steeds krampachtig wegwuift als zijn broer Henk hem die spiegel voorhoudt. Maar nu kan en wil hij dit niet langer ontkennen: het contact met Klaas is niet gelijkwaardig. Hij stopt er mee tijd en energie te steken in deze vermeende vriendschap.

“Hmmm. Da’s mooi” geeft hij zichzelf een compliment. Hij is trots op zijn keus. Want door die keus te maken geeft hij ruimte voor dat waar hij wél blij van wordt. En op dit moment is dat niks meer dan zichzelf de ruimte geven zichzelf te zijn. Te kunnen zijn. Te mogen zijn. Niks meer dan dat. Om van daaruit een basis te leggen en ruimte te maken om, stapje voor stapje, zijn buitenwereld toe te laten in zijn wereld. Maar zolang hij zijn eigen wereld niet de ruimte geeft, zolang zal hij ook geen verbinding kunnen maken met dat wat er om hem heen gebeurt.

“Pfff. Heftig. Voor nu wel even genoeg allemaal, al die wijze lessen”, vindt hij. Hij besluit nog even lekker van de zon te mogen genieten voordat het straks te koud wordt als die ondergaat. En op het moment dat Harm deze keus maakt verschijnen er meer van dat soort poppetjes zoals die ene die Klaas voor z’n poten schopte. Maar nu zijn ze groen en grappig, niet meer zwart/wit en angstaanjagend zoals die ene.
En ook het vliegtuig dat zijn broer Henk vorige week bij hem zag (zie de blog ‘Kijk, een vliegtuig’) vliegt nu voorbij. “Te gek, dat moet ik Henk vertellen” zegt hij terwijl hij door enthousiasme wat rechter gaat zitten, maar z’n ogen stijf dicht blijft houden.

Vanuit de hemel worden er nu witte ballonnen gedropt. Wit, zodat hij ze kan vullen met woorden, wensen en tekeningen. Dit doet een brede glimlach op zijn gezicht tevoorschijn toveren. Blij dat hij zichzelf deze ruimte geeft. Om te fantaseren. Om dat te doen wat voor hem nu nodig is. Wat goed voor hem is.
Maar de beelden stoppen nog niet. Er gebeurt nog meer. Hij is blijkbaar nog niet klaar voor nu, wat hij verre van vervelend vindt, wat het zonnetje voelt erg aangenaam op zijn blote lijf.

En op dat moment verschijnen er meer van dat soort poppetjes zoals die ene die Klaas voor z’n poten schopte. Alleen zijn ze nu groen en grappig, niet meer zwart/wit en angstaanjagend zoals die ene. Ze vliegen door zijn beeld heen, lopen over de witte ballonnetjes en maken een koprol over Henk z’n vliegtuig.

Langzaam laat Harm gesnurk horen. Het heeft hem moe gemaakt, deze mooie les. Na een diepe ademhaling, gevolgd door een even zo harde snurk, schrikt hij wakker. De zon is onder gegaan en het is wat kouder geworden. Hij staat op, klapt zijn zonnestoel in, zet ‘m op zijn plek terug, trekt zijn overhemd weer aan en gaat naar binnen. Hij gaat een tekening maken van al het moois wat hij net aan de binnenkant van zijn ogen heeft mogen zien…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Categorieën
verhalen

Kijk, een vliegtuig

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

4/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar
4/100 Tekening van Olaf Zefanja de Baar

[/fusion_builder_column][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]H[/fusion_dropcap]

arm en zijn broer Henk zijn dikke maatjes. Dat was vroeger toen zij nog jong waren al zo. Hoewel Henk 3 jaar en 4 maanden ouder is dan Harm kijkt hij op tegen zijn broertje en is hij soms zelfs wat jaloers op hem. Omdat Harm wel gewoon durft te doen wat hij leuk vindt, iets waar hij meer moeite mee heeft.

Henk doet altijd al z’n best om het een ander naar de zin te maken. Toen hun vader nog leefde danste hij graag naar de pijpen van z’n vader, in de hoop meer aandacht van hem te krijgen. Het bespaarde hem wat knallen voor zijn kop, want hun vader was nou niet écht een huisvader waar je als kind zijnde jaloers op zou zijn. Nee, die man had ‘aardig en lief zijn voor je kinderen’ niet uitgevonden. En luisteren naar hen deed hij al helemaal niet.
Dit in tegenstelling tot hun moeder die altijd alle tijd van de wereld heeft voor haar zoons. Dat is nooit anders geweest. De jongens vinden dat fijn en maakte daar in het verleden, vooral in hun pubertijd, nogal eens misbruik van. Een beetje, maar niet ernstig. Maar ze hebben er altijd wel moeite mee gehad hoe onderdanig hun moeder zich gedroeg naar hun vader. Slaafs bijna. Heel soms komt die herinnering nog wel eens voorbij, wat hen, nog steeds na al die jaren, voor een koude rilling door hun hele lijf zorgt.

Door het misselijke gedrag en de chagerijnige buien van hun vader creëerde Harm en Henk al op vroege leeftijd hun eigen wereld, waarin alles mogelijk was. Waarin ze verre reizen maakte. En net zoveel huisdieren hadden als ze wilde. Zelfs de allergrootste, zoals olifanten en giraffen. Voor Harm ging dat fantaseren als vanzelf (lees ‘En opeens was alles anders’), Henk vond dat soms wat lastig. Die begon soms met beredeneren of het echt wel mogelijk was, dat alles wat ze bedachten. Hij zei dan bijvoorbeeld dat die hele grote dieren eigenlijk niet in hun tuintje paste, alsof dat z’n angst was. Maar Harm begreep wel dat het de oordelen van hun vader waren die Henk ervan weerhielden écht hardop te durven dromen. En daarom was Henk dus een beetje jaloers op zijn broertje die zich volledig kon laten meevoeren tijdens hun gezamenlijke fantasiereizen (lees ‘En opeens was alles anders’), waarbij Harm meestal bedenker was van hun verhalen en Henk zich graag liet meevoeren.

De verbondenheid tussen de beide broers is groot. Symbiotisch bijna. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat ze elkaar zo goed aanvoelen. Weten vaak al wat de ander wil zeggen voordat ‘ie z’n mond open doet. Of bellen elkaar en krijgen dan in gesprek omdat ze elkaar tegelijkertijd blijken te bellen. Voor hen veel voorkomend en heel normaal deze gebeurtenissen, voor buitenstaanders niet altijd te begrijpen.

De laatste jaren missen ze die momenten samen. Glimlachend als een boer met kiespijn proberen ze hun verhalen op te halen, maar weten er als volwassene soms wat lastig mee om te gaan. Maar zo af en toe, net als vandaag, kiezen ze er toch weer even voor om ‘gewoon’ dit spel te doen. Weer volop te fantaseren.
Ze bedachten dit spel al lang geleden: tegenover elkaar staan en om de beurt raden waar de ander aan denkt. En vrijwel altijd konden ze dan vertellen wat ze bij de ander ‘zagen’, want het waren meestal plaatjes die ze bij de ander zagen als ze hun ogen dichtdeden. Bij Harm lukte dat meestal beter dan bij Henk. Henk is meer van het denken in woorden en Harm is niet alleen de creatieveling van hun twee, hij is ook een beelddenker.

Vandaag staan ze weer tegenover elkaar. “Lang geleden man, fijn die verbinding weer met je te voelen en weer eens wat beelden met je te delen” laat Harm zijn broer weten. Harm is blij sinds het telefoontje van Henk vanmiddag, die liet weten z’n broer graag weer te zien en weer eens “Net zoals vroeger” hun spelletje ‘Plaatjes raden’ te spelen. Ja, dat was wat Henk letterlijk zei. Dat zorgde gelijk voor een dikke glimlach op zijn gezicht.

En daar staan ze dan. Middenin de kamer, tegenover elkaar. Tafel en bank aan de kant geschoven. Alsof ze weer even die jochies van vroeger zijn van toen.
Ze sluiten hun ogen en Henk zal als eerste proberen weer te geven waar Harm op dit moment aan denkt. Een paar minuten lang staan ze zwijgend tegenover elkaar. Henk haalt diep adem en langzaamaan ziet hij beelden op zijn netvlies verschijnen. Eerst een soort luchtbellen. “Blauwe. Lichtblauwe”, laat hij weten. Hij krijgt z’n beeld nog niet helemaal helder, wat het heen-en-weer-wiebelen van zijn lichaam al verraade “Enne… Uhm… Kijk, een vliegtuig” laat hij Harm weten.
“Ja man, je hebt gelijk” jokt zijn broertje. Dit moment, zo samen met elkaar, is hem heel veel dierbaarder dan het juiste antwoord. Ze hebben aandacht voor elkaar. De verbinding is voelbaar. En doen wat ze altijd al graag deden samen. Het “Goed man, fijn dit, samen met jou” is waar het over gaat voor de jongens. De rest van de wereld kan hun gestolen worden. Zij hebben hun eigen wereld. Nog steeds. En die blijven ze met elkaar delen. Altijd…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]