07 Olaf[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][fusion_dropcap color=”#dd9933″ boxed=”no” boxed_radius=”8px” class=”” id=””]H[/fusion_dropcap]

arm ziet in dat het hem niet langer meer lukt om op zijn tenen te lopen. Hij wil het ook niet meer. Ondanks dat hij regelmatig leuks en moois doet is zijn zelfzorg onvoldoende. De ervaring met zijn broer Henk van laatst (zie de blog ‘Kijk, een vliegtuig’) deed hem daarvoor zijn ogen openen. Hij realiseert zich dat hij zichzelf de laatste jaren die ruimte nog maar nauwelijks geeft, omdat hij er van alles van is gaan vinden en oordelen over heeft. Zich daarbij heeft laten verleiden door de invloeden van zijn buitenwereld.

Maar goed, de ervaring met Henk van laatst heeft hem dus z’n ogen geopend. Dát is wat Harm wil. Heel veel vaker wil: de dingen doen waar hij écht blij van wordt. Die hem energie geven. En dat dan met mensen waarmee hij verbinding ervaart. Waarbij hij niet het idee heeft dat hij zichzelf moet verklaren en een handleiding moet overleggen hoe ze met hem om moeten gaan op een manier die voor hem prettig is. Dat kost hem teveel energie en het werkt niet. Nooit. Op den duur haakt een van beiden toch af, omdat de energie binnen zo’n contact niet stroomt. Om de beurt loop je dan op je tenen. Je past je aan aan de ander, soms zonder dat je weet wat de behoefte van de ander is. Dus dan doe je maar wat, met als gevolg dat je voorbij gaat aan je eigen behoefte.

Kortom: mooi leermomentje. Geweldig inzicht dit. Harm is trots. Hij heeft al langer het gevoel dat hij zichzelf in de weg zit met zijn aangepast gedrag. En daar knap last van had. “Moet maar eens over zijn” besluit hij nu. Hij is er wel zo’n beetje klaar mee om zichzelf te beperken in zijn doen en laten. Hij stopt ermee om nog langer zijn gedrag en uitlatingen aan te passen aan dat waarvan hij denkt dat dat voor zijn omgeving het meest aangenaam is.

Omdat Harm dit inzicht niet eerder had, kon hij zijn gedrag niet eerder veranderen. En nu eenmaal gezien, ervaren, herkend en erkend, pas NU is de mogelijkheid om te kiezen. Te kiezen om het anders te doen. “Wat je weet kan je niet meer wegdenken” lacht Harm, een beetje als een boer met kiespijn.

Hij installeert de zonnestoel op het balkon, trekt z’n shirt uit, zet z’n zonnebril op en gaat languit liggen. Neemt de tijd om te dagdromen. Op zijn manier. Zoals hij vroeger al deed. Erop los fantaseren, omdat hij daar blij van wordt. Hij ervan geniet en het hem ruimte geeft voor nieuwe inspiratie. Waardoor hij zichzelf erkent te mogen zijn die hij is. Om ‘gewoon’ Harm te zijn, ongeacht wat een ander daar van vindt of zegt. “Zoek het lekker uit” denkt hij, terwijl de eerste beelden aan zijn fantasie voorbij trekken.

In sneltreinvaart ziet hij wat mensen aan hem voorbij trekken. Ze rennen hem voorbij, waarbij hij moeitje moet doen om te kunnen onderscheiden wie het zijn. Doet er ook niet toe, maar nieuwsgierig als hij is wil hij ze graag herkennen. Wat hem opvalt is dat ze allemaal kleurloos zijn, alleen maar zwart/wit. En dat de meeste aandacht gaat naar hun benen, hun voorbij rennen eigenlijk. “Haha, dit is lachen” denkt hij, als hij ziet dat de persoon die op dat moment passeert “jaja, tegen ze poten wordt geschopt”, lacht Harm erachter aan. De persoon herkent hij niet, wel de broek die hij ziet. Die herkent hij uit duizenden. Die is van z’n collega Klaas. Een man met wie hij al lange tijd graag vriendschap wil, maar waarbij het contact maken zó stroef gaat dat het Harm iedere keer weer veel energie kost. En die Klaas geeft hem nogal eens het gevoel de poten onder z’n stoel vandaan te schoppen, iets dat hij steeds krampachtig wegwuift als zijn broer Henk hem die spiegel voorhoudt. Maar nu kan en wil hij dit niet langer ontkennen: het contact met Klaas is niet gelijkwaardig. Hij stopt er mee tijd en energie te steken in deze vermeende vriendschap.

“Hmmm. Da’s mooi” geeft hij zichzelf een compliment. Hij is trots op zijn keus. Want door die keus te maken geeft hij ruimte voor dat waar hij wél blij van wordt. En op dit moment is dat niks meer dan zichzelf de ruimte geven zichzelf te zijn. Te kunnen zijn. Te mogen zijn. Niks meer dan dat. Om van daaruit een basis te leggen en ruimte te maken om, stapje voor stapje, zijn buitenwereld toe te laten in zijn wereld. Maar zolang hij zijn eigen wereld niet de ruimte geeft, zolang zal hij ook geen verbinding kunnen maken met dat wat er om hem heen gebeurt.

“Pfff. Heftig. Voor nu wel even genoeg allemaal, al die wijze lessen”, vindt hij. Hij besluit nog even lekker van de zon te mogen genieten voordat het straks te koud wordt als die ondergaat. En op het moment dat Harm deze keus maakt verschijnen er meer van dat soort poppetjes zoals die ene die Klaas voor z’n poten schopte. Maar nu zijn ze groen en grappig, niet meer zwart/wit en angstaanjagend zoals die ene.
En ook het vliegtuig dat zijn broer Henk vorige week bij hem zag (zie de blog ‘Kijk, een vliegtuig’) vliegt nu voorbij. “Te gek, dat moet ik Henk vertellen” zegt hij terwijl hij door enthousiasme wat rechter gaat zitten, maar z’n ogen stijf dicht blijft houden.

Vanuit de hemel worden er nu witte ballonnen gedropt. Wit, zodat hij ze kan vullen met woorden, wensen en tekeningen. Dit doet een brede glimlach op zijn gezicht tevoorschijn toveren. Blij dat hij zichzelf deze ruimte geeft. Om te fantaseren. Om dat te doen wat voor hem nu nodig is. Wat goed voor hem is.
Maar de beelden stoppen nog niet. Er gebeurt nog meer. Hij is blijkbaar nog niet klaar voor nu, wat hij verre van vervelend vindt, wat het zonnetje voelt erg aangenaam op zijn blote lijf.

En op dat moment verschijnen er meer van dat soort poppetjes zoals die ene die Klaas voor z’n poten schopte. Alleen zijn ze nu groen en grappig, niet meer zwart/wit en angstaanjagend zoals die ene. Ze vliegen door zijn beeld heen, lopen over de witte ballonnetjes en maken een koprol over Henk z’n vliegtuig.

Langzaam laat Harm gesnurk horen. Het heeft hem moe gemaakt, deze mooie les. Na een diepe ademhaling, gevolgd door een even zo harde snurk, schrikt hij wakker. De zon is onder gegaan en het is wat kouder geworden. Hij staat op, klapt zijn zonnestoel in, zet ‘m op zijn plek terug, trekt zijn overhemd weer aan en gaat naar binnen. Hij gaat een tekening maken van al het moois wat hij net aan de binnenkant van zijn ogen heeft mogen zien…

Dit is een verhaal bij een serie van 100 tekeningen van Olaf Zefanja de Baar.

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees vorig bericht:
Getver! Moet dat nou?

[fusion_builder_container hundred_percent="yes" overflow="visible"][fusion_builder_row][fusion_builder_column type="1_1" background_position="left top" background_color="" border_size="" border_color="" border_style="solid" spacing="yes" background_image="" background_repeat="no-repeat" padding="" margin_top="0px" margin_bottom="0px" class="" id="" animation_type="" animation_speed="0.3"...

Sluiten